Wij merken dat veel slachtoffers zich afvragen hoeveel smartengeld zij kunnen verwachten. Om hier duidelijkheid over te geven starten wij een blogserie met de vraag: ”Hoeveel smartengeld kan ik verwachten?”. In deze serie behandelen we verschillende soorten letsel en geven we inzicht in de factoren die van invloed zijn op de hoogte van het smartengeld.
Wat is smartengeld?
Smartengeld is bedoeld als compensatie voor immateriële schade, zoals pijn, verdriet, leed en levensvreugde. Daarnaast is smartengeld bedoeld als een vorm van genoegdoening en erkenning. De hoogte van het smartengeld wordt bepaald aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Maar wat kun je verwachten bij letsel aan je zintuigen?
De Rotterdamse Schaal als hulpmiddel
Vanuit de juridische praktijk bestond er behoefte aan meer inzicht, consistentie en efficiëntie bij het vaststellen van smartengeld. Om daarin te voorzien, is een nieuw hulpmiddel geïntroduceerd: de Rotterdamse Schaal. Ondanks dat het hulpmiddel nog in de conceptfase staat, is het al meerdere keren toegepast door rechters.
Bij letsel aan zintuigen zijn volgens deze schaal de volgende factoren relevant:
- Leeftijd van het slachtoffer;
- Gevolgen voor zelfstandigheid;
- Impact op kwaliteit van leven en vrijetijdsbesteding;
- Impact op opleiding en/of werk;
- Impact op het sociale leven en relaties;
- Cosmetische gevolgen;
- Psychische gevolgen.
Smartengeld bij aantasting gezichtsvermogen
Bij oogletsel lopen de bedragen voor smartengeld sterk uiteen, afhankelijk van de ernst van het letsel en bovenstaande factoren. Volgens de Rotterdamse Schaal ligt de bandbreedte tussen de € 2.500 (gering oogletsel) en € 265.000 (volledige blind- en doofheid).
In de praktijk worden echter lagere bedragen toegekend. Zo ontvingen slachtoffers met blindheid aan één oog bedragen tussen de € 5.000 en € 25.000[1], waar de Rotterdamse Schaal uitgaat van € 32.000 – € 36.000.
Bij ernstige gezichtsvermindering, zoals blindheid aan één oog en verminderd zicht aan het andere, werd een bedrag van € 100.000 toegekend[2]. De schaal geeft hier een indicatie van € 62.000 – € 115.000.
Smartengeld bij aantasting gehoor
Naast de eerdergenoemde factoren spelen bij de aantasting aan het gehoor ook de volgende aspecten een rol:
- Gaat het om letsel met onmiddellijke gevolgen, zonder mogelijkheden voor aanpassing? Of is het gedurende een langere periode opgetreden?
- Wat zijn de gevolgen voor het spraakvermogen?
- Tast het letsel het evenwicht aan?
- Zijn er mogelijkheden tot verbetering door technologie of behandeling?
- Gaat het letsel gepaard met tinnitus? Zo ja, wat is de ernst daarvan?
De Rotterdamse Schaal geeft in deze categorie een richtlijn van € 4.500 – € 71.000. Toch liggen ook hier de werkelijke toekenningen vaak lager. Zo ontvingen slachtoffers met blijvend gehoorverlies aan één oor bedragen van € 4.000 en €7.500, terwijl de schaal uitgaat van een bedrag tussen de €20.000 en € 30.000.[3]
Smartengeld bij aantasting smaak- en reukvermogen
Tot slot noemt de Rotterdamse Schaal de categorie met smaak- en reukvermogen, echter is letsel dat uitsluitend smaak- en/of reukvermogen veroorzaakt zeldzaam. De bandbreedtes hiervan liggen volgens de schaal tussen de € 12.000 en € 25.000.
Hoewel er nog een (aanzienlijk) verschil bestaat tussen de bedragen uit de Rotterdamse Schaal en de daadwerkelijke toekenningen door rechters in het verleden, is het hoopgevend dat de schaal steeds vaker wordt toegepast. Dit draagt bij aan de voorspelbaarheid, consistentie en efficiëntie in de praktijk.
Hoeveel smartengeld kan ik verwachten?
Heb jij letsel opgelopen aan jouw zintuigen en vraag je je af welk bedrag aan smartengeld je kunt verwachten? Bij Novi Letselschade Advocaten staan we je graag bij. Neem vrijblijvend contact met ons op voor een eerste gesprek. Samen zorgen we ervoor dat jij krijgt waar jij recht op hebt.
[1] Bijvoorbeeld: Gerechtshof ‘s-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6613, Rechtbank Amsterdam 28 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1074
[2] Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1834
[3] Gerechtshof Den Haag 22 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3789, Rechtbank Almelo 21 juli 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BN2069.